Historie

Historie

De gemeente Onderbanken is ontstaan door het samenvoegen van de voormalige gemeenten Bingelrade, Jabeek, Merkelbeek en Schinveld op 1 januari 1982. Dit als gevolg van de wet tot gemeentelijke herindeling op 21 mei 1981. Voor die tijd waren de kerkdorpen Bingelrade, Jabeek, Merkelbeek en Schinveld zelfstandige gemeenten. Op deze pagina beschrijven we de geschiedenis van de streek. U kunt vervolgens doorklikken naar meer informatie over de historie van onze kerkdorpen. 

Eerste bewoners

In onze gemeente zijn nooit sporen gevonden van prehistorische bewoning. Wel zijn er een bijl en speerpunten aangetroffen. Er waren dus mensen aanwezig in deze periode.

Bingelrade
Hoeve Mertens in Bingelrade

In de Romeinse tijd kruisten twee belangrijke wegen het gebied: de hoofdweg van Heerlen naar Xanten via Rumpen, Merkelbeek, Raeth naar Tuddern en de secundaire weg van de villa in Vaesrade naar Gangelt via Amstenrade, Merkelbeek en Schinveld. Sporen van bewoning zijn met uitzondering van de legerplaats in Schinveld niet gevonden. Toch woonden er in deze tijd al mensen in het gebied. Dat leiden we af uit de vele vondsten rond de wegen die op bewoning duiden. Bovendien zijn er meerdere brandgraven gevonden.

Heren

In 1319 werden de goederen van Amstenrade, Bingelrade, Oirsbeek en Merkelbeek beleend aan de Heer van Valkenburg. De goederen van Jabeek, Schinveld en Brunssum behoorden tot het leengoed van de Heer van Heinsberg. Door het uitsterven van het geslacht van de Heer van Valkenburg werden de goederen na een jarenlange strijd tussen Valkenburg en Heinsberg eigendom van de Hertog van Brabant.

Schinveld
Het Wilhelminaplein (de Platz) in de zeventiger jaren.

Banken

In de Middeleeuwen was de streek in het rechtsgebied van de banken van Oirsbeek (Amstenrade, Bingelrade, Oirsbeek en Merkelbeek) en Brunssum (Brunssum, Jabeek en Schinveld) ingedeeld. Banken waren rechtsprekende colleges. Deze rechtbanken (onderbanken) behandelden de gewone overtredingen en de minder zware misdrijven. Bij ingewikkelde zaken en beroep moest men naar de hoofdbank Heerlen gaan.

De bank van Oirsbeek werd in 1558 tot Heerlijkheid verheven en verpand aan Werner Huyn van Amstenrade. Nauwelijks een jaar later verwierf Werner Huyn eveneens de Heerlijkheid Brunsssum. Met deze verpanding eindigde tegelijk de gebondenheid van de onderbanken aan de hoofdbank Heerlen. In 1610 kocht Werner Huyn de Heerlijkheden Oirsbeek en Brunssum en in 1663 voegde Arnold Huyn, de neef van Werner, ze toe aan het Graafschap Geleen. Na de tachtigjarige oorlog werden de banken Oirsbeek en Brunssum in het Partage-Traktaat van 26 december 1661 toegewezen aan Spanje. Aan het begin van de 18e eeuw werd het gebied Oostenrijks.

Franse tijd

In de Franse tijd werden de plaatsen niet langer gevormd door het grondgebied van de parochie, maar werden ze een zelfstandige gemeente.

Aardewerk
Op 8 april 1942 graaft de heer Paul van Nuys, aannemer uit de Kan. Van Nuysstraat te Schinveld, een gat met een diepte van één tot twaalf meter in zijn tuin om aldaar bouwafval in te deponeren. Hierbij stoot hij op oude kruiken. De ene na de andere kruik of pot komt aan het daglicht. Het zijn allerlei mooie vaten, dunwandig en sierlijk van vorm. De kleur is geel-grijs en zwart-grijs en met de hand gemaakt. Ze zijn versierd en gekleurd. De schattingen van ouderdom van deze vondst lopen uiteen van 900 jaar tot nog veel ouder. Men neemt zelfs aan dat ze nog uit de Karolingische tijd stammen. De Schinveldse pottenbakkerij bestond al eeuwen en zoals sommige archeologen beweren zelfs al duizenden jaren. Men leidt dit af aan de potten, schalen en fioolen die zijn afgeleid van Romeinse vormen.