Oekraïne-referendum 2016

Home > Nieuws en bekendmakingen > Oekraïne-referendum 2016

Oekraïne-referendum 2016

Op woensdag 6 april 2016 vindt het raadgevend referendum over het associatieakkoord met Oekraïne plaats.

Het associatieakkoord met Oekraïne gaat pas in als alle EU-landen het akkoord officieel goedkeuren (ratificeren). De meeste EU-landen hebben dit al gedaan, maar de Nederlandse regering nog niet.

In Nederland hebben de Tweede en Eerste Kamer voor goedkeuring van het associatieakkoord gestemd. Maar voor de definitieve goedkeuring wacht de Nederlandse regering eerst op de uitslag van het raadgevend Oekraïne-referendum op 6 april 2016. Bij een ‘nee’ zal het kabinet met de Tweede Kamer overleggen wat er moet gebeuren.

Referendum

Nederland zal na het raadgevende referendum de Wet raadgevend referendum volgen. Dat betekent dat Nederland het akkoord zal goedkeuren als:

  • een meerderheid van de Nederlandse bevolking voor het akkoord is;
  • de opkomst bij het referendum onder de 30% is.

Stemt een geldige meerderheid tegen het akkoord? Dan zal het kabinet nadenken over de vervolgstappen en daarover ook met het parlement spreken. De inhoud van het maatschappelijk debat over het akkoord zal daarbij een belangrijke rol spelen.

Als Nederland daarop besluit het verdrag niet goed te keuren, kan het akkoord niet ingaan. Nederland zal dan met de EU en Oekraïne een besluit moeten nemen over de toekomst van het akkoord.

Voorlopige toepassing akkoord

De meeste EU-lidstaten, het Europese Parlement en het Oekraïense parlement hebben het akkoord al goedgekeurd. Een deel van het verdrag wordt sinds 1 januari 2016 voorlopig toegepast. Vooral de handelsdelen. Dit zijn de onderdelen waarvan de lidstaten de zorg bij de Europese Commissie hebben gelegd. Deze voorlopige toepassing is belangrijk voor het Nederlandse bedrijfsleven. Dat kan daardoor makkelijker zaken doen met Oekraïne. In 2014 is onder Russische druk deze voorlopige toepassing 1,5 jaar uitgesteld.

Een groot deel van het verdrag gaat dus niet in zonder de toestemming van Nederland. Het gaat dan om belangrijke politieke en economische onderdelen:

  • Buitenlands veiligheidsbeleid;
  • het internationaal strafhof, regionale stabiliteit, conflictbeheersing;
  • non-proliferatie, inclusief wapenhandel, terrorismebestrijding;
  • bescherming van persoonsgegevens, migratie, asiel en grensbeheer, behandeling en mobiliteit van werknemers;
  • belastingen, beheer van overheidsfinanciën, begrotingsbeleid, interne controle en audit.

Bij een Nederlands 'nee' zal het kabinet nadenken over de vervolgstappen en daarover ook met het parlement spreken. Ook wat betreft de voorlopige toepassing.